Op 11 juni 2026 publiceerde het Science Based Targets initiative (SBTi) versie 2.0 van de Corporate Net-Zero Standaard. Dit is het kader dat meer dan 11.000 bedrijven gebruiken om klimaatdoelen op te stellen die aansluiten bij de wetenschap. Na een herzieningsproces van twee jaar verandert deze update de manier waarop bedrijven doelen stellen, beheren en controleren. Heeft je bedrijf al een SBTi-doel, of overweeg je er een op te stellen? Lees hier wat er precies verandert en welke stappen je nu al kunt zetten.
Onze SBTi-expert François Mahé zette de belangrijkste veranderingen op een rij die we in dit artikel verder bespreken:
- Een nieuwe manier om bedrijven in te delen
- Van alleen een doel naar governance en een transitieplan
- Een uitgebreidere toolbox voor het stellen van doelen
- Niet langer “alles-of-niets” compliance
- Ruimte voor marktinstrumenten en CO2-verwijdering
Waarom SBTi de standaard heeft herschreven
SBTi lanceerde de eerste Corporate Net-Zero Standaard in 2021 en gaf bedrijven daarmee een gedeelde definitie van een geloofwaardig net-zero doel. Sinds die tijd hebben meer dan 11.000 bedrijven zich hieraan gecommitteerd. Vijf jaar later merkte SBTi dat een doel stellen iets heel anders is dan een doel behalen. Veel bedrijven lieten ambitieuze doelen valideren, maar hadden daarna moeite om echte voortgang te tonen. Daarnaast moest de standaard aansluiten bij nieuwere boekhoudrichtlijnen, zoals de Land Sector and Removals Standard van het GHG Protocol.
Versie 2.0 dicht dat gat. De ambitie blijft dezelfde: net-zero in uiterlijk 2050, volgens een traject dat past bij 1,5 °C opwarming. Wat wel verandert, is alles eromheen: de governance, de rapportage en de controles die garanderen dat een gevalideerd doel ook echt leidt tot minder uitstoot.
1. Een nieuwe indeling van bedrijven
Voorheen hanteerde SBTi één algemeen traject plus een aparte, lichtere route voor kmo's/mkb'ers. V2.0 vervangt dat door twee formele categorieën.
%20(Engels)%20(Engels).png)
De categorie waarin je valt, bepaalt hoe streng je eisen zijn—van data-assurance tot hoe snel je nabijetoekomstdoel (near-term target) moet bewegen. SBTi stelt je categorie vast wanneer je je registreert, controleert deze opnieuw bij de validatie en herberekent deze elke nieuwe cyclus op geconsolideerde groepsbasis. Het is dus verstandig om dit vroegtijdig te controleren en te herzien naarmate je bedrijf groeit.
2. Van alleen een target naar een governance- en transitieplan
Onder V1.0 valideerde SBTi het doel en liet de rest aan het bedrijf over. V2.0 vraagt veel meer rondom dat doel:
- Goedkeuring op het hoogste niveau: De hoogste bestuurslaag binnen de organisatie moet de doelen goedkeuren. Daarnaast moeten de doelen echt onderdeel zijn van de bedrijfsstrategie, in plaats van er los van te staan.
- Verplicht transitieplan: Bedrijven moeten een transitieplan opstellen. SBTi controleert of het plan de vereiste elementen uit de standaard bevat. SBTi beoordeelt niet hoe goed, compleet of realistisch het plan daadwerkelijk is; die verantwoordelijkheid blijft bij het bedrijf liggen.
- Data-assurance: Categorie A-bedrijven moeten de emissiegegevens van hun basisjaar laten controleren via een limited assurance door een onafhankelijke derde partij.
3. Een bredere toolkit voor het stellen van doelen
V2.0 breidt de mogelijkheden voor het stellen van doelen per scope uit:
- Scope 1 krijgt een nieuwe optie voor assettransitie, naast het gebruikelijke absolute reductiedoel.
- Scope 2 moet je nu gescheiden van Scope 1 rapporteren, met nieuwe opties voor de inkoop en herkomst van elektriciteit.
- Scope 3 ondergaat de grootste verandering. Dit gaat verder dan alleen het verminderen van directe uitstoot en gaat nu ook over doelen voor coördinatie op het gebied van leveranciers, hoeveelheden en producten. SBTi noemt dit een verschuiving van een "emissions-first"-maatstaf naar een "action-first"-maatstaf.
4. Geen alles-of-nietsbenadering meer voor compliance
Een van de meest besproken veranderingen is dat V2.0 afstapt van een alles-of-niets-model voor naleving. Bedrijven die alle redelijke opties benutten en transparant blijven over de obstakels die ze tegenkomen, kunnen in het programma blijven – zelfs als ze een doel missen. Dit is vooral gericht op sectoren zoals staal, cement of luchtvaart, waar de technologie voor volledige decarbonisatie nog ontbreekt.
Dit is geen vrijbrief, want bedrijven die hun doelen niet halen, krijgen in de volgende cyclus te maken met strengere doelen, en hun situatie moet onder hetzelfde strenge toezicht staan als die van ieder ander. Als men hier serieus mee omgaat, geeft dit bedrijven met moeilijk te verminderen emissies (hard-to-abate) een reden om betrokken te blijven in plaats van de standaard te verlaten. Gaat men er laks mee om, dan kan dit gemakkelijk een maas in de wet worden. Welke kant het opgaat, hangt af van hoe streng SBTi dit in de praktijk handhaaft.
5. Ruimte voor marktinstrumenten en CO₂-verwijdering
Marktinstrumenten zoals book-and-claim—waarbij een bedrijf investeert in een gedeelde, geverifieerde pool van duurzame materialen in plaats van deze fysiek te traceren—tellen nu ook mee voor scope 3. Dit geldt echter pas nadat je alle directe decarbonisatiemogelijkheden volledig hebt benut.
Ook CO₂-verwijdering (carbon removals) krijgt meer ruimte, met een toekomstgerichte verplichting vanaf 2035 om grootschalige verwijdering actief te ondersteunen. De volgorde blijft wel gelijk: eerst reduceren, en alleen verwijderen wat echt overblijft.
SBTi moet daarnaast nog de criteria publiceren voor de erkenning van assurance-kaders door derden, evenals richtlijnen en plannen om de standaard af te stemmen op de herzieningen van het GHG Protocol zelf. Verwacht dus dat een deel van deze details de komende maanden nog verder ontwikkelt.
Wat moet je nu doen?
- Heb je nog geen doel, of wil je een bestaand doel bijwerken?
Je kunt tot januari 2028 nog steeds een doel opstellen onder Corporate Net-Zero Standaard V1. Verschillende flexibele opties in V1, zoals een gecombineerd doel voor scope 1 en 2, blijven in de tussentijd aantrekkelijk. Bovendien past SBTi belangrijke vernieuwingen uit V2.0 al toe op V1. Doelen die je op deze manier opstelt, blijven hun volledige cyclus geldig; pas in de cyclus daarna stap je over op V2.0. - Is je huidige doeljaar 2030 of later, of valt je verplichte vijfjaarlijkse herziening in 2028?
Het advies is om je huidige doel aan te houden en te starten met het plannen van je overstap naar V2.0 voor de cyclus 2030–2035. Vanaf 2028 stel je dan nieuwe doelen op. Deze voorbereidingstijd geeft je de ruimte om de projecten en interne veranderingen te plannen die nodig zijn voordat de nieuwe eisen ingaan.
In beide gevallen is een gap-analyse een logische eerste stap als je al een SBTi-commitment onder V1 hebt. Het laat je precies zien waar je nabijetoekomstdoelen, de openbaarmaking van je transitieplan en de data-assurance van je basisjaar staan vergeleken met V2.0. Zo weet je hoeveel werk er nog ligt tussen jouw huidige situatie en de richting van de nieuwe standaard. Stel je voor het eerst doelen op? Dan zorgen de gelaagde structuur en de bredere scope 3-opties voor belangrijke strategische keuzes die je direct goed wilt aanpakken.
Hoe Hedgehog je kan helpen
Bij Hedgehog helpen we bedrijven om dit soort standaarden te vertalen naar een plan dat echt bij de organisatie past: we brengen je scope 3-hotspots in kaart, bouwen een transitieplan waar het bestuur achter staat en zoeken uit of V1 of V2.0 de slimste route is voor je volgende cyclus. Wil je weten wat een gap-analyse voor jouw bedrijf oplevert? Neem contact op, dan helpen we je de route te vinden die het beste bij je past.




