In het kort
- De verordening regelt het gevolg in de producteisen zelf: verpakking die niet aan de eisen voldoet, mag niet op de EU-markt worden gebracht.
- Wij noemen geen boetebedrag voor de PPWR, omdat we er geen hebben kunnen controleren in de tekst van de verordening. Wie één bedrag voor de hele EU noemt, heeft daar geen bron voor.
- Het grootste risico op dit moment is een milieuclaim over je verpakking die je niet kunt onderbouwen in de technische documentatie.
De PPWR stelt eisen aan producten, dus het eerste en zwaarste gevolg van niet-naleving is geen boete: je mag de verpakking dan niet meer verkopen. Verordening (EU) 2025/40 geldt sinds 12 augustus 2026. De eisen aan stoffen die op die dag ingingen, zijn geformuleerd als een verbod om de verpakking op de markt te brengen, niet als een boete. Het toezicht is een nationale zaak: de verordening geldt rechtstreeks in de hele EU, maar elke lidstaat bepaalt zelf welke autoriteit optreedt en welke sancties die kan opleggen. Wij noemen daarom geen boetebedrag voor de hele EU, want zo'n bedrag bestaat niet.
Welk gevolg regelt de verordening zelf?
De verordening regelt zelf één gevolg: verpakking die niet aan de eis voldoet, mag je niet op de markt brengen. Dat gevolg staat in de eis zelf.
Volgens artikel 5(5) mag verpakking die met voedsel in contact komt niet op de markt worden gebracht als ze PFAS bevat in een concentratie gelijk aan of boven 25 ppb voor een afzonderlijke PFAS (gemeten met gerichte analyse), 250 ppb voor de som van de gericht gemeten PFAS of 50 ppm voor alle PFAS inclusief polymere PFAS. De verordening koppelt aan deze plicht geen aparte boete elders in de tekst. De overtreding en het gevolg staan in dezelfde zin: je mag het product niet rechtmatig verkopen.
Artikel 5(4) werkt op dezelfde manier. De som van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom in een verpakking of verpakkingsonderdeel mag niet hoger zijn dan 100 mg/kg. Artikel 5(1) verplicht je daarnaast om zorgwekkende stoffen tot een minimum te beperken.
Voor een verpakkingsproducent of importeur ziet het risico er daardoor anders uit dan bij een boete. Je rekent niet met een bedrag op de winst-en-verliesrekening. Je rekent met voorraad die je niet mag leveren, met een specificatie van een klant waaraan je niet kunt voldoen en met een gesprek over het terugroepen van producten met een merkeigenaar die de datum waarop zijn product in de winkel ligt niet uitstelt.
Wie handhaaft de PPWR?
Nationale autoriteiten handhaven de PPWR. Dat is bewust zo geregeld en geen vergeten onderdeel van de verordening.
De PPWR is een verordening en geldt dus rechtstreeks in elke lidstaat, zonder omzetting in nationale wetgeving. Daarmee staat vast wat de regels zijn. De verordening bepaalt niet wie inspecteert, wie een bevel geeft en hoe een sanctie eruitziet. Die vragen beantwoordt elke lidstaat in zijn eigen wetgeving. Twee bedrijven die in twee lidstaten precies dezelfde overtreding begaan, vallen onder dezelfde regel, maar kunnen heel verschillende sancties krijgen.
Voor de vraag welke sanctie je riskeert, kijk je daarom naar de uitvoeringswetgeving in je eigen land, niet naar het Publicatieblad en niet naar een Europese samenvatting.
Wat kun je wel en niet zeggen over sancties?
| Vraag | Wat we kunnen zeggen | Waarom |
|---|---|---|
| Mag je verpakking verkopen die niet aan de eisen voldoet? | Nee. De producteisen verbieden om die verpakking op de markt te brengen | Dat staat in artikel 5 zelf |
| Is er één boete voor de PPWR die in de hele EU geldt? | Niet een die we in de tekst van de verordening hebben kunnen controleren | Handhaving is nationaal. We noemen geen bedrag waarvoor we geen bron hebben |
| Is een klein bedrijf onder een bepaalde omvang vrijgesteld? | Nee. Of de regels voor je gelden, hangt af van je rol in de keten, niet van je omzet of aantal medewerkers | De uitzonderingen die er zijn, gelden per artikel. Er is geen algemene vrijstelling |
| Loop je risico met een onjuiste milieuclaim over verpakking? | Ja, onder artikel 14 en daarnaast onder de wetgeving over consumentenclaims | Artikel 14 geldt nu al en vereist onderbouwing in de technische documentatie |
| Is er een sanctie als je geen emissies rapporteert? | De PPWR bevat helemaal geen verplichting over emissies | Het is een regeling voor materialen en afval |
Bij de vraag over één boete voor de hele EU laten we het antwoord liever open dan dat we een bedrag invullen. Een eurobedrag dat zonder nationale wettelijke grondslag aan de PPWR wordt gekoppeld, wordt snel overgenomen. Zo'n bedrag klopt hooguit in één lidstaat en in de andere zesentwintig niet.
Welk risico speelt vandaag het meest?
Het grootste risico is een milieuclaim die je nu al gebruikt, maar niet kunt onderbouwen.
Artikel 14 geldt sinds 12 augustus 2026. Je mag een milieuclaim over een eigenschap van een verpakking waarvoor de PPWR wettelijke eisen stelt, alleen doen als de verpakking beter presteert dan de minimumeis die daarvoor geldt. In de claim moet ook staan of hij gaat over de verpakkingseenheid, over een deel daarvan of over alle verpakkingen die je op de markt brengt. De onderbouwing moet in de technische documentatie volgens bijlage VII staan.
Dit risico is groter dan dat van de grenswaarden voor stoffen, om drie redenen. Claims die je jaren geleden hebt gedrukt, zijn nog steeds in omloop, dus de eis raakt ook bestaande verpakkingen. De claim staat op de verpakking of op je website, waar iedereen hem kan lezen. En een toezichthouder toetst vooral of er een dossier is, niet of een laboratoriumuitslag net wel of net niet binnen de grens valt.
Die eis om beter te presteren dan het minimum heeft gevolgen voor gangbare marketingteksten. Zodra er een minimumeis voor een eigenschap bestaat, is voldoen aan die eis gewoon naleving en geen prestatie. Een claim over die eigenschap mag je alleen doen als je verpakking boven dat minimum uitkomt. Artikel 14 komt naast de regels voor milieuclaims richting consumenten en vervangt die niet, dus voor een tekst op een verpakking gelden meestal twee regelingen. Onze checklist voor claims is een praktisch begin.
Welk risico loop je bij de verplichtingen die later ingaan?
Die verplichtingen gaan later in, en de datum hangt meestal af van uitvoeringsregels die de Europese Commissie nog moet vaststellen.
Recyclebaarheidsklassen, een minimumaandeel gerecycled materiaal, het beperken van verpakkingen tot wat nodig is, het verbod op de verpakkingsvormen uit bijlage V, doelen voor hergebruik en een maximaal aandeel lege ruimte van 50 procent zijn verplichtingen voor 2030. Bij elk daarvan staat een bepaling die de datum opschuift als de bijbehorende gedelegeerde handeling of uitvoeringshandeling te laat komt. Voor geharmoniseerde etikettering geldt 2028, met dezelfde soort bepaling.
Toch kun je het werk beter niet uitstellen. De reden daarvoor geldt voor producteisen, niet voor rapportage. Of een verpakking in 2030 genoeg gerecycled materiaal bevat of recyclebaar genoeg is, bepaal je bij het ontwerp. Een verpakking blijft bovendien vaak langer in gebruik dan de termijnen in de verordening. Kies je in 2028 voor een verpakking die geen voldoende recyclebaarheidsklasse kan halen, dan ontstaat het probleem in 2028 en krijg je er in 2030 last van.
Moet je door de PPWR over je CO2-uitstoot rapporteren?
Nee. De PPWR bevat geen verplichting om broeikasgassen te berekenen, dus je kunt onder deze verordening ook geen sanctie krijgen voor een onjuist emissiecijfer. De verplichtingen waarop wordt gehandhaafd, gaan over stoffen, materialen, verpakkingsvormen, etiketten en claims.
Wel kun je gegevens hergebruiken. De gegevens over materiaalsamenstelling die je verzamelt voor artikel 5 en om een claim onder artikel 14 te onderbouwen, zijn dezelfde gegevens die je nodig hebt voor een EPD of een productcarbonfootprint. Houd je ook een CO2-inventarisatie voor je hele organisatie bij, dan kun je daarvoor het Hedgehog-platform gebruiken, dat op zijn platformpagina 5.000+ gebruikers vermeldt. Wil je er ook je bewijs voor naleving in bewaren, houd dan rekening met een beperking. Een reviewer van een middelgroot bedrijf gaf het platform in juli 2026 op G2 een 4 van de 5 en schreef dat de toegepaste conversiefactoren en afstandsberekeningen niet zichtbaar zijn. Je kunt dus niet altijd nagaan hoe een ingevoerd gegeven is omgerekend tot een regel in de inventarisatie. Voor een dossier onder artikel 14 is juist die herleidbaarheid de kern van de eis, dus bewaar de onderbouwing op een plek waar je haar op verzoek direct kunt laten zien.
Ontbreekt de CO2-voetafdruk van je organisatie zelf, dan is dat een vraag voor carbon footprint consulting en geen vraag over de handhaving van verpakkingsregels.
Bronnen: Verordening (EU) 2025/40 (PB L, 2025/40, 22 januari 2025), nieuwsbericht van de Europese Commissie van 11 augustus 2026, Hedgehog-platform, Hedgehog op G2. Gelezen op 28 augustus 2026.
Feiten op deze pagina zijn voor het laatst geverifieerd op 2026-09-17.






