Bijna alle leveranciers van bouwmaterialen krijgen in 2026 te maken met de uitvoering van de herziene Bouwproducten Verordening (CPR-2025). Een aantal nieuwe milieuregels, veiligheidskaders en rapportagevereisten zal vanaf volgend jaar verplicht zijn. Lees hier wat er verandert, wat dit betekent voor jouw bedrijf en hoe je je team goed voorbereidt op een veranderende markt.
Wat is de Construction Product Regulation 2025 (CPR)?
Bedrijven die binnen de Europese Unie bouwproducten willen verhandelen, moeten aan allerlei regels voldoen. De CPR is een Europese verordening die deze regels gelijkstelt, zodat het verkopen van bouwproducten tussen lidstaten wordt gestroomlijnd.
Fabrikanten, importeurs en distributeurs hebben specifieke verantwoordelijkheden om ervoor te zorgen dat producten voldoen aan de eisen. Dit houdt onder andere in dat ze ervoor moeten zorgen dat het CE-keurmerk aanwezig is (daarover later meer) en dat de vereiste documentatie wordt verstrekt.
Het doel van de wetgeving is vrij verkeer van bouwproducten en het verschaffen van betrouwbare informatie over de prestaties en duurzaamheid van een product. Zo kunnen bedrijven, publieke autoriteiten en consumenten bouwproducten van verschillende producenten uit verschillende landen goed met elkaar vergelijken.
Het doel van de CPR is onder andere:
- Uniforme regels voor de handel in bouwmaterialen binnen de EU-landen.
- Verschaffen van informatie over prestaties van bouwproducten en duurzaamheid op een uniforme wijze
- Verzekeren van veiligheid
De belangrijkste begrippen op een rijtje:
- CE Marking: Een verplicht keurmerk voor bouwproducten om aan te tonen dat ze voldoen aan de CPR. Het maakt vrije handel in producten in de hele EER mogelijk.
- Prestatieverklaring (DoP): Een document van de fabrikant dat de prestaties van het product afzet tegen de essentiële kenmerken ervan, gecertificeerd door de CE-markering.
- Harmonised Standards: De verordening stelt een kader vast voor het testen en laten zien van prestatie-informatie. Wanneer er een geharmoniseerde Europese norm bestaat, is de CE-markering verplicht.
De nieuwe CPR-verordening
De herziene CPR is sinds 7 januari 2025 in werking getreden en is vanaf 2026 van toepassing op de meeste bouwproducten. Het heeft best wat grotere veranderingen vergeleken met de oude versie. In deze sectie bespreken we de belangrijkste onderdelen.
Welke bouwproducten vallen onder de CPR?
Maar eerst: welke bouwproducten vallen hieronder? Binnen de verordening vallen alle bouwproducten bestemd voor permanente verwerking in gebouwen of civieltechnische constructies die binnen de EU op de markt worden gebracht. Dit zijn bijvoorbeeld isolatiematerialen, ramen, constructiedelen en prefabsystemen en het betreft daarmee zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten.
Spreken van dezelfde taal
Het spreken van dezelfde “taal” is een van de belangrijkste doelen van de herziene CPR. Het moet ervoor zorgen dat de gehele Europese bouwsector dezelfde begrippen gebruikt als het gaat over de eigenschappen en prestaties van bouwproducten. Het gaat hierbij dat alle afgesproken regels, definities, meetmethoden en prestatieklassen in heel Europa hetzelfde zijn. Deze afspraken staan in geharmoniseerde Europese normen (hEN’s) of in European Assessment Documents (EAD’s). Denk bijvoorbeeld aan uniforme brandreactieklassen of gestandaardiseerde methoden om de warmtegeleiding van isolatiemateriaal te meten.
Deze gedeelde taal maakt het voor fabrikanten eenvoudiger om hun producten in verschillende landen op de markt te brengen en zorgt ervoor dat ontwerpers, aannemers en toezichthouders dezelfde informatie begrijpen en toepassen.
Omdat technische ontwikkelingen, nationale bouwregels en Europese beleidsdoelen voortdurend veranderen, moet deze gemeenschappelijke taal regelmatig worden bijgewerkt—bijvoorbeeld om nieuwe duurzaamheids- en circulariteitseisen uit de EU Green Deal te kunnen opnemen.

Wat is er veranderd in de nieuwe CPR-2025?
De kern van de herziene Bouwproductenverordening (CPR) is een verschuiving van puur handelsbevordering naar verduurzaming, digitalisering en circulariteit. Waar de oude regels uit 2011 vooral barrières voor handel moesten wegnemen, stelt de nieuwe verordening eisen aan de toekomstbestendigheid van de bouw. Dit sluit aan op andere regelingen zoals de Eco-Design for Sustainable Products Regulation (ESPR) en de Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (EPBD). Daarmee voldoen ook bouwproducten aan de veranderende ESG-criteria.
Dit zijn de drie belangrijkste veranderingen:
- Milieu wordt harde eis: duurzaamheid is niet langer vrijblijvend. Als fabrikant moet je transparant zijn over de milieu-impact van je producten. Het rapporteren van data over bijvoorbeeld CO₂-uitstoot (Global Warming Potential) wordt een standaard vereiste voor de CE-markering bouwproducten.
- Ruimte voor hergebruik: de regels zijn aangepast op de circulaire economie. Waar de oude CPR onduidelijk was over tweedehands materialen, vallen hergebruikte bouwproducten nu expliciet binnen de scope. Dit maakt het makkelijker om circulaire materialen hoogwaardig in de markt te zetten.
- De overstap naar digitaal: de nieuwe CPR introduceert het Digitaal Productpaspoort (DPP). Hiermee wordt alle relevante productinformatie—van prestaties tot duurzaamheidsdata—digitaal toegankelijk en direct gekoppeld aan het fysieke product.
Kortom: de nieuwe regels dwingen de sector om transparanter te zijn over wat er in een product zit, of het hergebruikt kan worden en welke impact dit heeft op onze planeet.
Wat zijn de nieuwe eisen voor CE-markering bouwproducten onder de CPR?
Zonder CE-markering bouwproducten mag je het bouwproduct niet verkopen in de EU en is het daarmee een soort kwaliteitslabel. De nieuwe CPR scherpt de eisen voor CE-markering aanzienlijk aan. Waar de markering voorheen vooral technische prestaties bevestigde, laat een CE-label onder CPR-2024 ook de milieuprestaties van een product zien.
Fabrikanten moeten kunnen aantonen dat hun product is beoordeeld volgens de juiste norm of ETA, dat alle verplichte testen zijn uitgevoerd en dat de milieugegevens – waaronder de global warming potential (GWP) – correct zijn berekend via een LCA volgens EN 15804.
Deze informatie wordt vastgelegd in de DoPC en gekoppeld aan het digital product passport, zodat de CE-markering niet alleen laat zien wat een product kan, maar ook wat de impact ervan is. Voor MKB-producenten betekent dit dat CE-markering meer voorbereiding vraagt: actuele productiegegevens, een stabiele kwaliteitscontrole en volledige, digitaal toegankelijke documentatie.
Hoe bereid ik mijn bouwproduct voor op de nieuwe CPR-2024?
De vernieuwde CPR-2024 verandert de manier waarop bouwproducten op de Europese markt worden toegelaten. Waar de focus voorheen lag op technische prestaties, komen nu ook milieuprestaties en traceerbaarheid centraal te staan. Voor fabrikanten betekent dit dat het ontwikkel- en documentatieproces van bouwproducten grondig moet worden herzien. In dit hoofdstuk gaan we in op een aantal punten om je product voor te bereiden op de CRP.
1. Controleer of jouw product binnen de nieuwe scope valt
De basis voor elke CPR-toepassing ligt in het bepalen of jouw product onder een geharmoniseerde technische specificatie valt. Dat kan een geharmoniseerde norm (hEN of hTS) zijn of een Europese Technische Beoordeling (ETA). Deze documenten geven precies aan welke prestaties je moet vastleggen, testen en rapporteren.
Onder CPR-2024 maakt de Europese Commissie bovendien onderscheid tussen prioritaire productgroepen. Materialen als beton (waaronder prefab beton), staal en diverse isolatiematerialen worden als eerste onderworpen aan de aangescherpte eisen, met name op het gebied van milieuprestaties. Fabrikanten in deze sectoren doen er dus goed aan om vroegtijdig te controleren welke verplichtingen voor hun producten al in werking treden of binnenkort gelden.
Wanneer de technische specificaties dat vereisen, moet een deel van de prestatiebeoordelingen worden uitgevoerd of gecontroleerd door een notified body. Vooral producten die onder de hogere AVCP-systemen (2+, 1 of 1+) vallen, moeten rekening houden met inspectie van producttesten of fabrieksproductiecontrole.
2. Breng milieuprestaties in kaart met een LCA
Een belangrijk nieuw element van CPR-2024 is de verplichting om de milieuprestaties van een product te onderbouwen met een Life Cycle Assessment (LCA). Een LCA beschrijft de milieu-impact van een product over de volledige levenscyclus: van grondstofwinning en productie tot gebruik, onderhoud en verwerking of recycling aan het einde van de levensduur. Deze analyse wordt uitgevoerd volgens vastgestelde Europese standaarden en methoden.
De CPR maakt de LCA tot een centraal instrument. Vanaf november 2025 moet elke fabrikant in elk geval de Global Warming Potential (GWP) van zijn product kunnen rapporteren. Deze CO₂-indicator vormt de basis, waarna in de jaren daarna steeds meer milieu- en circulariteitsindicatoren verplicht worden. De volledige set moet uiterlijk rond 2031 door alle relevante productgroepen toegepast worden.
Voor het uitvoeren van een LCA verzamel je gegevens over de productieprocessen, grondstoffen en energieverbruik, transportstromen en emissies. Deze data worden ingevoerd in erkende LCA-software of verwerkt door een gespecialiseerde adviseur. Wanneer de norm dat vereist, moet een notified body de resultaten verifiëren voordat ze kunnen worden gebruikt voor CE-markering en markttoelating. Lees hier hoe Hedgehog kan helpen bij het maken van een LCA van jouw product.
3. Stel een correcte Declaration of Performance and Conformity (DoPC) op
Het resultaat van alle technische en milieutechnische beoordelingen komt samen in de Declaration of Performance and Conformity (DoPC). Dit document vormt in de nieuwe CPR het officiële bewijs dat een product aan de relevante Europese eisen voldoet. Een DoPC beschrijft niet alleen de technische prestaties (zoals sterkte, brandveiligheid of emissies), maar ook de nieuw verplichte milieuprestaties uit de LCA.
Om een geldige DoPC op te stellen, moet een fabrikant eerst bepalen welke hEN of ETA op zijn product van toepassing is. Vervolgens moeten alle verplichte tests en analyses worden uitgevoerd, en moet er een stabiele fabrieksproductiecontrole aanwezig zijn. Pas dan kunnen alle gegevens in het voorgeschreven format worden samengebracht. De DoPC wordt ondertekend door een bevoegd persoon en digitaal beschikbaar gemaakt als onderdeel van de CE-markering. Met de komst van het Digital Product Passport worden DoPC-gegevens bovendien steeds vaker rechtstreeks digitaal gemaakt.
4. Bereid je organisatie voor op het Digital Product Passport (DPP)
Het Digital Product Passport (DPP) wordt de nieuwe digitale identiteitskaart van bouwproducten. Het bundelt alle kerngegevens op één plek: technische prestaties, milieuprestaties (zoals CO₂-voetafdruk), product- en materiaalsamenstelling, herkomstinformatie, conformiteitsverklaringen en instructies voor gebruik, onderhoud, hergebruik en recycling. Het DPP is daarmee het centrale informatiedocument waar ontwerpers, aannemers, toezichthouders en verwerkers aan het einde van de levensduur op kunnen terugvallen.
Voor fabrikanten betekent dit dat productinformatie niet alleen volledig moet zijn, maar ook digitaal gestructureerd volgens Europese standaarden. Dat begint met het verzamelen van alle relevante data (testresultaten, LCA/EPD-gegevens, DoPC, samenstelling en herkomst). Vervolgens moet het product worden gekoppeld aan een unieke digitale identiteit, die doorgaans via een QR-code op het product of de verpakking toegankelijk wordt gemaakt. Deze informatie wordt uiteindelijk opgenomen in een Europese database.
De invoering van het DPP gebeurt gefaseerd. Productgroepen die onder de CPR vallen en een hoge milieu-impact hebben, krijgen als eerste te maken met de verplichting. Voor veel bouwproducten wordt het DPP richting het einde van dit decennium een standaardonderdeel van CE-markering en markttoelating.
Wat is de definitie van een bouwproduct onder de CPR-2024?
De basis blijft hetzelfde, maar de scope is flink verbreed. Een bouwproduct is elk product of elke "kit" die gemaakt is om permanent verwerkt te worden in een bouwwerk (zowel gebouwen als civiele techniek).
Wat nieuw is in de herziene versie, is dat de definitie nu toekomstbestendig is gemaakt. De volgende categorieën vallen er nu expliciet onder:
- 3D-geprinte producten.
- Hergebruikte (reused) en "remanufactured" materialen.
- Prefab-woningen (eengezinswoningen van een bepaalde omvang).
Wat is de impact van de CPR op fabrikanten en importeurs?
De impact is fors: je administratieve last verschuift van puur technisch naar ook ecologisch.
- Van DoP naar DoPC: Je oude Declaration of Performance (DoP) wordt waarschijnlijk een Declaration of Performance and Conformity (DoPC). Hierin verklaar je niet alleen technische prestaties, maar ook dat je voldoet aan milieueisen.
- Verplichte milieudata: Je moet rapporteren over de CO2-footprint (Global Warming Potential) van je product. Zonder deze data krijg je geen CE-markering meer.
- Digitaal Productpaspoort (DPP): Alle data moet digitaal beschikbaar zijn via een QR-code of tag op het product. Importeurs zijn verantwoordelijk om te checken of dit paspoort aanwezig en correct is voordat het product de EU binnenkomt.
Wanneer gaat de nieuwe versie van de CPR in?
De nieuwe verordening (EU 2024/3110) is op 7 januari 2025 officieel in werking getreden.
Let op: "in werking treden" is niet hetzelfde als "volledig van toepassing zijn". Er geldt een lange overgangsperiode. Veel nieuwe verplichtingen worden pas vanaf 8 januari 2026 (12 maanden na inwerkingtreding) daadwerkelijk gehandhaafd. De oude CPR wordt pas over een periode van 15 jaar volledig uitgefaseerd om de markt tijd te geven.
Welke productgroepen zijn als eerste aan de beurt?
Omdat de Europese Commissie een enorme achterstand heeft in het harmoniseren van normen (het zogeheten "Acquis"-probleem), werken ze met een prioriteitenlijst. De productgroepen met de grootste impact of de meest verouderde normen komen als eerste aan de beurt:
- Prefab betonproducten.
- Structurele metaalproducten (staalconstructies).
- Wapeningsstaal.
- Deuren, ramen en kozijnen.
- Cement en bouwkalk.
Zit je product in een van deze groepen? Dan ben jij als eerste aan zet om je data op orde te krijgen.
Hoe zit het met kleine bedrijven (mkb)?
De herziene CPR geldt uiteindelijk voor iedereen die producten op de EU-markt brengt. Toch erkent de Europese Commissie de administratieve druk op kleinere bedrijven. Voor micro-ondernemingen (minder dan 10 medewerkers) zijn er vereenvoudigde procedures: ze mogen onder bepaalde voorwaarden afwijken van de standaardtestmethodes en gebruikmaken van alternatieve bewijsvoering, zolang de veiligheid gegarandeerd blijft.
Voor het bredere mkb is er echter geen algemene vrijstelling. Hoewel er gesproken wordt over "lichtere" verplichtingen, blijven de kernpunten – veiligheid, prestatieverklaringen (DoP) en de nieuwe milieu-indicatoren zoals GWP – verplicht voor iedereen die toegang tot de markt wil behouden.
De nieuwe verordening (formeel de Verordening (EU) 2024/2749) bevat de volgende bepalingen:
- Micro-ondernemingen (Artikel 38): Bedrijven met minder dan 10 werknemers en een jaaromzet van minder dan €2 miljoen kunnen gebruikmaken van vereenvoudigde procedures. Zij mogen hun producten testen via methoden die afwijken van de geharmoniseerde normen, mits ze kunnen aantonen dat hun product gelijkwaardig presteert.
- Geen vrijstelling voor duurzaamheid: Hoewel testprocedures voor veiligheid soms eenvoudiger mogen, is er in de nieuwe tekst (die focust op de Green Deal) geen structurele uitzondering voor het rapporteren van milieudata (zoals LCA/EPD). Als een productgroep onder de nieuwe regels valt, moet ook een klein bedrijf data aanleveren voor het Digital Product Passport (DPP).
- Hulp van lidstaten: De verordening verplicht lidstaten om SME Contact Points in te richten om kleinere bedrijven te ondersteunen bij de complexe transitie naar de nieuwe regels.
Voor een uitgebreide uitleg over wat je als mkb moet weten over de nieuwe CPR, gebruik dan deze gids van European Builders Confederation (EBC) en Small Business Standards (SBS).
Overzicht met deadlines en data

What's next? Wat kun je nu al doen?
Wachten tot 2026 is riskant, want het verzamelen van milieudata (LCA's) kost maanden. Dit kun je nu al doen:
- Start met meten: Heb je nog geen inzicht in de CO₂-uitstoot van je product? Begin met een nulmeting of een Life Cycle Assessment (LCA). Dit is de basis voor je toekomstige paspoort.
- Digitaliseer je data: Zorg dat je productdata niet alleen in PDF's staat, maar in een database. Dit bereidt je voor op het Digitaal Productpaspoort. Gebruik hiervoor ons gebruiksvriendelijke Carbon Platform.
- Check je status: val je in de prioriteitsgroep (zoals beton of staal)? Dan is haast geboden.
Hulp nodig bij de start?
Onze duurzaamheidsexperts helpen je graag om deze complexe vertaalslag praktisch en haalbaar te maken. Wij ondersteunen bedrijven bij het voldoen aan de nieuwe eisen door:
- LCA-trajecten: het uitvoeren van volledige Life Cycle Assessments om je milieu-impact, zoals de verplichte Global Warming Potential (GWP), nauwkeurig in kaart te brengen.
- EPD-opstelling: het vertalen van deze data naar officieel geverifieerde Environmental Product Declarations (EPD's), zodat je niet alleen voldoet aan de wetgeving, maar ook je marktpositie versterkt.
- Toekomstbestendige data: we zorgen dat je milieugegevens direct klaar zijn voor integratie in het komende Digitaal Productpaspoort (DPP).
Samen met ons digitale Carbon Platform helpen we je om die verplichte milieudata snel en betaalbaar op tafel te krijgen, zodat je klaar bent voor de nieuwe standaard.






