In het kort
- Vanaf 14 januari 2027 mogen opdrachtgevers niet meer aanbesteden met Handboek 3.1, en je stapt over op 4.0 bij je eerste audit na die datum. Een 3.1-certificaat kan nog geldig zijn tot 14 januari 2028.
- ProRail rekent vanaf 1 januari 2027 bij nieuwe aanbestedingen met een fictieve korting van 4, 7 of 10 procent, afhankelijk van de trede.
- De ladder is een certificering waarbij een auditor je werk controleert, dus de software moet laten zien hoe elk cijfer is berekend en niet alleen de uitkomst tonen.
De CO2-Prestatieladder is een certificeringsschema waarmee je in Nederlandse aanbestedingen een fictieve korting op je inschrijfprijs krijgt, en Handboek 4.0 verandert wat je CO2-software moet kunnen opleveren. SKAO publiceerde versie 4.0 op 14 januari 2025 en verving daarin de vijf niveaus door drie treden. Vanaf 14 januari 2027 kunnen opdrachtgevers niet meer aanbesteden met 3.1, en moet je bij je eerste audit na die datum zijn overgestapt. Rijkswaterstaat werkt sinds 1 juli 2026 met 4.0 en ProRail volgt op 1 januari 2027.
Kies je nu software, midden in die overgang, dan let je op drie dingen. Levert de tool een inventarisatie op die een auditor kan controleren? Kun je daarin een vergelijkbare reeks over meerdere jaren bijhouden, ook als het schema verandert? En kan de certificerende instelling zien hoe de cijfers zijn berekend?
Wat vraagt de ladder eigenlijk van een tool?
De ladder is een certificering en geen rapportageverplichting: een auditor controleert je werk. Daardoor stelt de ladder andere eisen aan de software dan een gewoon rapport.
Een inventarisatie die een auditor kan volgen. Elk cijfer moet terug te voeren zijn op een bronregistratie: de factuur, de meterstand, de emissiefactor en de versie van die factor. Laat je dashboard alleen een cijfer zien zonder de berekening erachter, dan is de kans groot dat de auditor daar een bevinding van maakt.
Een vergelijkbaar basisjaar. Op de ladder moet je aantonen dat je uitstoot door de jaren heen daalt. Verander je tussen twee jaren van methode, bijvoorbeeld omdat je een andere tool of een andere set emissiefactoren gaat gebruiken, dan kun je die daling niet meer aantonen. Een stabiele methode is daarom belangrijker dan de nauwkeurigheid van één afzonderlijk jaar.
Scope 1, scope 2 en de ketenemissies. Hoeveel van je waardeketen je moet meenemen, hangt af van de trede waarvoor je je laat certificeren.
Documentatie naast data. De auditor beoordeelt ook je beleid, je doelstellingen, je reductiemaatregelen en je communicatie. Het emissiecijfer is maar één van de onderdelen.
Wat is er veranderd in Handboek 4.0?
Voor je inschrijvingen zijn drie veranderingen van belang.
De overgangstermijn ligt vast en loopt langer dan veel mensen denken. Handboek 4.0 is beschikbaar sinds 14 januari 2025, en sinds 14 juli 2025 kun je je ertegen laten certificeren. Audits tegen 3.1 kunnen nog tot 14 januari 2027. Daarna mogen opdrachtgevers niet meer met 3.1 aanbesteden en stap je bij je eerste audit over op 4.0. Een certificaat uit een 3.1-audit van kort voor die datum kan geldig blijven tot 14 januari 2028. De overstap gebeurt dus geleidelijk en niet op één dag.
De vijf niveaus zijn vervangen door drie treden. Volgens SKAO vraagt trede 1 ongeveer evenveel inspanning als het oude niveau 3, en trede 2 ongeveer evenveel als het oude niveau 5. Voor trede 2 moet je scope 3 kwantificeren en een klimaattransitieplan hebben. Trede 3 heeft in 3.1 geen tegenhanger. Een 4.0-audit voor trede 2 of 3 is altijd een initiële audit, ook als je op niveau 5 was gecertificeerd. Je oude niveau een-op-een vergelijken met een nieuwe trede geeft daarom een verkeerd beeld. Op trede 1 moet je nu ook rapporteren over andere broeikasgassen dan CO2. Onder 3.1 was dat nog optioneel.
Elke opdrachtgever bepaalt zelf het gunningsvoordeel, niet SKAO. Rijkswaterstaat stapte op 1 juli 2026 over op 4.0 en rekent met 2, 4 en 6 procent. ProRail stapt op 1 januari 2027 over en stelt 4, 7 en 10 procent voor. ProRail noemt die percentages voorlopig, en ze kunnen per aanbesteding verschillen. In het rekenvoorbeeld van SKAO zelf staat 5, 10 en 15 procent. Kijk dus altijd in de aanbestedingsstukken en ga niet uit van een algemeen percentage, ook niet van de percentages in dit artikel. Je hebt bovendien geen certificaat nodig om in te schrijven: je geeft aan op welk ambitieniveau je gaat werken en toont dat tijdens de uitvoering aan.
Dat gunningsvoordeel is de reden om aan de ladder mee te doen. Een fictieve korting is een korting die de opdrachtgever alleen voor de beoordeling van je inschrijfprijs aftrekt. Met een hogere trede lijkt je prijs dus lager dan die van je concurrenten. Daardoor is de CO2-Prestatieladder een van de weinige duurzaamheidscertificeringen waarvan je de opbrengst direct kunt uitrekenen.
Het schema zelf behandelen we uitgebreider in onze gids over de CO2-Prestatieladder voor het mkb.
Waar komt de data eigenlijk vandaan?
De meeste organisaties op de ladder halen de gegevens voor hun inventarisatie uit vier bronnen.
Brandstof. Dit zijn de gegevens van tankpassen en, als je die gebruikt, de telematica van je wagenpark. Bij aannemers is dit meestal de grootste post in scope 1, verdeeld over voertuigen en materieel.
Energie. Dit zijn de meterstanden van al je locaties. Koop je gecertificeerde groene stroom in, let dan op het verschil tussen de marktgebaseerde en de locatiegebaseerde methode. Die leveren verschillende cijfers op, en er kan naar allebei worden gevraagd.
Zakelijk verkeer en woon-werkverkeer. Afhankelijk van de trede hoort dit bij de inventarisatie. Het is meestal de categorie die het slechtst is gedocumenteerd.
Ingekochte goederen en onderaannemers. Bij bouw- en infrabedrijven is dit veruit de grootste post, ook als de trede niet vraagt om deze categorie volledig uit te werken.
Geen van deze bronnen is in principe moeilijk, maar het verzamelen is bewerkelijk en kost de meeste tijd. Een van onze eigen klanten schreef in augustus 2026 in een G2-review dat het platform perfect werkt zodra de data erin staat, maar dat het invoeren van die data het lastige deel is. Dat geldt voor elke tool in deze markt, en een leverancier die iets anders beweert, vertelt je niet het hele verhaal.
Wat check je voordat je koopt?
Stel leveranciers de volgende vragen. Ze beantwoorden ze verschillend, en juist die verschillen zijn belangrijk voor je keuze.
- Kan ik een audittrail exporteren die voor één cijfer laat zien uit welke bronregistratie en welke versie van de emissiefactor het is berekend?
- Wat gebeurt er met mijn basisjaar als ik mijn methode verander? Kan ik eerdere jaren herberekenen en de oorspronkelijke cijfers bewaren?
- Welke set emissiefactoren gebruiken jullie, en hoe houden jullie de versies daarvan bij?
- Kan de auditor van de certificerende instelling zelf in de tool kijken, of moet ik documenten voor hem exporteren?
- Sluit de rapportage aan op wat het handboek vraagt, of krijg ik een algemeen rapport dat ik zelf moet omzetten?
Aan het antwoord op die laatste vraag zie je of een tool echt is gebouwd voor de ladder, of alleen emissiedata opslaat.
Wat doet Hedgehog hier?
Het Hedgehog Carbon Platform heeft de CO2-Prestatieladder als rapportageformat, naast PPN 006 voor Britse aanbestedingen en het GHG Protocol. Bij het inrichten leidt het platform je door het GHG Protocol, een plan voor de dataverzameling en het rapportagekader. Je kunt binnen de tool contact opnemen met GHG-experts van Hedgehog, zonder eerst via een supportwachtrij te hoeven.
Je begint met een gratis account zonder verkoopgesprek. Pro kost vanaf EUR 1.200 per jaar.
Er zijn drie dingen die het platform niet doet, en die moet je meewegen.
Het is geen breed ESG-platform. Moet je naast emissies ook ESG-data beheren en over compliance rapporteren, dan past het platform minder goed. Een klant gaf ons op G2 daarom een 3,5 van de 5 en schreef precies dat, en daar had die klant gelijk in.
De conversiefactoren zijn niet altijd zichtbaar in de interface. Een reviewer vroeg daar in juli 2026 om: hij wilde zien welke conversiefactor het platform had gebruikt om zijn invoer om te rekenen naar de registratie in het platform. Omdat dit artikel over controleerbaarheid gaat, vermelden we dat hier uitdrukkelijk. De functie staat op de roadmap.
Productfootprints zijn een dienst en geen functie van het platform. Heb je een EPD voor een materiaal of een productfootprint nodig, dan is dat advieswerk. Het platform berekent de footprint van je organisatie.
Wat is de volgende stap?
Ben je al gecertificeerd, dan moet je sowieso over naar Handboek 4.0. Ga als eerste na of je huidige methode onder 4.0 overeind blijft, zodat je cijfers over meerdere jaren vergelijkbaar blijven.
Ben je nog niet gecertificeerd en schrijf je in op Nederlandse overheidsopdrachten, reken dan eerst uit wat een trede je oplevert. Zoek uit op welke trede je concurrenten zitten, wat de fictieve korting betekent voor je gemiddelde inschrijfsom, en of dat meer is dan wat de certificering kost. Voor de meeste aannemers die regelmatig inschrijven is de opbrengst ruim hoger dan de kosten.
Je kunt een gratis account starten en een eerste inventarisatie opbouwen voordat je iets beslist, of een gesprek inplannen als je de keuze voor een trede samen met iemand wilt doorrekenen.
Bronnen: SKAO Handboek 4.0, Hedgehog platform, Hedgehog op G2. De datums uit het handboek zijn gecontroleerd op 27 augustus 2026. Controleer ze opnieuw bij SKAO voordat je op een datum in dit artikel vertrouwt.
Feiten op deze pagina zijn voor het laatst geverifieerd op 2026-08-27.





