Kennisbank

Carbon accounting software voor spoor- en infrastructuurbedrijven

Een hogere trede op de CO2-Prestatieladder geeft een fictieve korting op je inschrijfprijs, en ProRail gunt daar al sinds 2010 op. Lees wat dat oplevert en wat de software moet kunnen. Een hogere trede op de CO2-Prestatieladder levert een fictieve korting op je inschrijfprijs op.

Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform
Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform
Start gratis

In het kort

  • Een hogere trede op de CO2-Prestatieladder levert een fictieve korting op je inschrijfprijs op. ProRail gunt al sinds 2010 op de ladder, dus de ladder telt nu al mee en niet pas vanaf 2027.
  • De meeste emissies komen uit materialen en zwaar materieel. De gegevens daarover staan al in je projectbegrotingen en je registratie van machine-uren.
  • Door lange projecten zijn je emissies van jaar tot jaar lastig te vergelijken. Kies vóór je eerste rapportage een maatstaf waarop je de cijfers normaliseert.

Voor Nederlandse aannemers in spoor en infrastructuur telt vooral de CO2-Prestatieladder, omdat opdrachtgevers je trede verrekenen bij de beoordeling van je inschrijfprijs. Dat is niet nieuw: ProRail gunt al sinds 1 december 2010 op de ladder, en Rijkswaterstaat werkt sinds 1 juli 2026 met versie 4.0 en kortingen van 2, 4 en 6 procent. In 2027 stapt ProRail over op 4.0 en mogen opdrachtgevers niet meer aanbesteden met versie 3.1. Je emissies komen vooral uit materialen en zwaar materieel, en de gegevens staan in projectbegrotingen, machine-uren en materiaalstaten, niet op een energierekening. De software moet een certificeerbare inventarisatie voor je hele organisatie opleveren, daaronder per project laten zien waar de uitstoot zit, en een cijfer geven dat vergelijkbaar blijft in een jaar met een heel andere projectmix.

Welke regel geldt er, en vanaf wanneer?

Het gaat om één regeling, de CO2-Prestatieladder. Deze datums zijn van belang.

DatumWat verandert
1 december 2010ProRail gunt sinds deze datum op de ladder. Dat is dus niet nieuw
1 juli 2026Rijkswaterstaat is overgestapt op versie 4.0 en rekent met 2, 4 en 6 procent
1 januari 2027ProRail stapt over op versie 4.0. De voorgenomen staffel is 4, 7 en 10 procent. ProRail noemt die voorlopig, en per aanbesteding kan een andere weging gelden
14 januari 2027Opdrachtgevers mogen niet meer aanbesteden met versie 3.1. Je moet uiterlijk bij je eerste audit na deze datum overstappen
14 januari 2028Uiterlijk tot deze datum kan een 3.1-certificaat dat vóór de overstap is afgegeven nog geldig zijn

Een fictieve korting is een korting die de opdrachtgever alleen bij de beoordeling van je inschrijving toepast. Je prijs zelf gaat niet omlaag, maar de beoordelaar rekent met een lagere prijs. Stel dat een concurrent één trede hoger zit en dezelfde prijs biedt als jij. Dan telt zijn inschrijving in de beoordeling als goedkoper, en het verschil is het verschil tussen jullie twee percentages, niet het volledige percentage van zijn trede. Volgens de voorgenomen staffel van ProRail is dat verschil drie procentpunten. ProRail past de ladder toe bij vrijwel al haar aanbestedingen, maar niet bij allemaal.

Die fictieve korting is de reden voor alle andere onderdelen van de ladder. Je laat je certificeren, laat een audit doen, documenteert je systeem en neemt reductiemaatregelen omdat een hogere trede je inschrijving een voordeel in de beoordeling geeft, en dat voordeel is geld waard. Wat je met al dat werk eigenlijk koopt, is die trede. Een inleiding vind je in ons artikel over de CO2-Prestatieladder voor mkb'ers.

Wat levert een trede op bij je inschrijfprijs?

Neem het bedrag waarvoor je jaarlijks inschrijft bij ProRail en andere opdrachtgevers die de ladder gebruiken. Vermenigvuldig dat met het verschil tussen de fictieve korting van je huidige trede en die van de trede daarboven. Dat is wat een trede hoger je per jaar oplevert. Zet daar de kosten van certificering en audits en de interne uren tegenover.

Voor een aannemer die regelmatig inschrijft op Nederlandse infrastructuurprojecten valt die berekening meestal duidelijk positief uit. Bij CO2-rapportage kun je het rendement zelden zo precies in euro's uitdrukken. Meestal gaat de discussie over risico en reputatie.

Er zijn wel twee kanttekeningen. Ze gaan allebei over de planning en doen niets af aan de opbrengst.

Certificering kost tijd. Voor een hogere trede heb je een externe certificerende instelling en een audit nodig. ProRail en Rijkswaterstaat vragen bij de inschrijving nog geen certificaat: je geeft aan op welke trede je het werk gaat uitvoeren, en je bewijst dat later met een certificaat of met projectspecifiek bewijs. Bied je een trede aan die je nog niet hebt, dan moet je die dus tijdens of na het project alsnog halen. Begin daarom ruim voor de inschrijvingen waarvoor je de hogere trede wilt aanbieden.

De hogere treden vragen meer dan een emissiecijfer. Je hebt dan ook een gedocumenteerd systeem nodig, aantoonbare reductiemaatregelen en, op de hoogste trede, samenwerking met partijen buiten je eigen organisatie. De CO2-inventarisatie is de basis, maar daarmee ben je er nog niet.

Waar zitten de emissies van spoor- en infrastructuurbedrijven?

De emissies komen vooral uit materialen en zwaar materieel. Kantoren en zakenreizen zijn verwaarloosbaar vergeleken met een seizoen heien, ballast storten en asfalteren.

Je gegevens zijn daardoor projectgegevens, en die staan in systemen die zijn ingericht voor kostenbeheersing en niet voor CO2-rapportage.

Projectbegrotingen. Dit is je beste bron. Je rekent de uitgaven per materiaalcategorie snel om naar een bruikbare eerste schatting, en de gegevens zijn volledig omdat er niets wordt gebouwd zonder dat het in de begroting staat.

Machine-uren. Hieronder vallen machineregistraties, huurfacturen en brandstofleveringen op de bouwplaats. Hier zit het grootste deel van je scope 1. In deze sector is scope 3 meestal de grootste post, maar je scope 1 is hier toch opvallend groot.

Materiaalstaten. Voor de materiaalcategorieën die het zwaarst wegen geven materiaalstaten het nauwkeurigste resultaat. Tonnages beton, staal, ballast en asfalt zijn betrouwbaarder dan uitgaven, omdat uitgaven meebewegen met grondstofprijzen en tonnages niet.

Begin met de projectbegrotingen, zodat je alles dekt, en reken daarna de drie of vier grootste materiaalcategorieën door op basis van materiaalstaten. Zo heb je binnen enkele weken een cijfer dat je kunt onderbouwen, in plaats van na een jaar een perfect cijfer. De categorieën die je nauwkeuriger maakt, zijn bovendien de categorieën waar een auditor toch naar kijkt.

Waarom is een jaarlijkse reductie zo moeilijk aan te tonen voor een projectbedrijf?

Je gerapporteerde uitstoot hangt af van de projecten die je dat jaar uitvoerde, niet van hoe efficiënt je ze uitvoerde.

In een jaar met een groot tunnelproject is je uitstoot veel hoger dan in een jaar waarin je vooral spoor vernieuwt, welke beslissingen je team in de tussentijd ook nam. Bij lange projecten is dat effect nog sterker: bij een contract van drie jaar tellen de materialen mee in het jaar waarin je ze inkocht. Toch verwachten zowel de ladder als je opdrachtgevers dat je uitstoot jaar op jaar daalt.

Er zijn drie manieren om hiermee om te gaan. Kies er een voordat je je eerste rapportage opstelt, en niet pas na je tweede.

Normaliseer op basis van je activiteit. Reken de uitstoot om per euro omzet, per ton verwerkt materiaal of per eenheid output, als je werk gelijkmatig genoeg is om zo'n eenheid te definiëren. Welke maatstaf je ook kiest, leg hem precies vast en verander hem niet ongemerkt.

Rapporteer de projectmix naast het totaal. Als je een stijging toeschrijft aan een bepaald project, is dat alleen geloofwaardig wanneer je de projectmix ook in eerdere rapportages al vermeldde. Een toelichting die pas verschijnt in het jaar dat het cijfer stijgt, overtuigt niet.

Laat je basisjaar ongewijzigd. Elke vergelijking in de toekomst gaat uit van het basisjaar. Moet je het basisjaar toch herberekenen, doe dat dan zichtbaar en laat het oorspronkelijke cijfer ernaast staan.

Presenteer een lagere uitstoot in een jaar met minder of kleinere projecten nooit als een reductie. Het is geen reductie. Wie het toch zo omschrijft, doet een milieuclaim waarop toezichthouders nu nadrukkelijk letten.

Wat moet de software opleveren?

De software moet vijf dingen opleveren. Ze staan hieronder in de volgorde waarin een tendermanager ze nodig heeft.

Een rapportage voor de CO2-Prestatieladder. Die rapportage moet de vorm hebben die de certificerende instelling verwacht, zodat je niet met de hand gegevens uit een dashboard hoeft over te nemen.

Scope 1 uit materieel en wagenpark. De software verwerkt brandstofleveringen, huurgegevens en machine-uren zo gedetailleerd dat je het brandstofverbruik per bouwplaats kunt toewijzen.

Scope 3 uit ingekochte materialen. De software rekent spend-based voor volledige dekking en activity-based waar je tonnages hebt, in één inventarisatie, en laat zien welke categorieën je al hebt omgezet.

Een uitsplitsing per project onder het totaal van de organisatie. De ladder kijkt naar de hele organisatie, maar je reductiemaatregelen en de onderbouwing in je inschrijvingen gaan over projecten. Je hebt beide overzichten nodig uit dezelfde gegevens.

Een herleidbaar audit trail. Een assessor controleert steekproefsgewijs een aantal posten en vraagt bij elke post waar de gegevens vandaan komen.

Wat doet Hedgehog voor spoor- en infrastructuurbedrijven?

Op de pagina van het platform staat de CO2-Prestatieladder bij de rapportages, naast het GHG Protocol en PPN 006. Een AI-assistent helpt je bij de opzet volgens het GHG Protocol, bij het dataverzamelplan en bij het opbouwen van de inventarisatie, en binnen het product kun je ook GHG-experts van Hedgehog bereiken. Met meer dan 20.000 spend-based en activity-based emissiefactoren reken je je projectbegrotingen spend-based door en zet je materiaalcategorieën om naar activiteitsgegevens. Je kunt ook eigen CO2-gegevens van je organisatie of van een leverancier toevoegen, wat je nodig hebt als een betonleverancier je zijn eigen cijfer geeft. Met het entiteitenbeheer richt je locaties en bouwplaatsen in, met rollen voor data-eigenaren, auditors en managers.

Je kunt een gratis account aanmaken zonder verkoopgesprek. Pro kost vanaf EUR 1.200 per jaar.

Voor een aannemer zijn er drie beperkingen om rekening mee te houden.

De eerste inventarisatie kost het meeste werk. Een G2-reviewer schreef in augustus 2026 dat alles perfect werkt zodra de gegevens zijn ingeladen, maar dat het inladen het lastige deel is. Met projectbegrotingen en materieelgegevens van meerdere bouwplaatsen moet je daar echt tijd voor inplannen. Is je audit over zes weken, dan krijg je die eerste inventarisatie ook met Hedgehog niet meer op tijd klaar.

Hedgehog heeft geen prognosefunctie. Een reviewer van een klein bedrijf meldde dat in augustus 2026 op G2 en schreef dat Hedgehog had laten weten dat de functie op de ontwikkellijst staat. Wil je doorrekenen hoe je uitstoot zich richting een doeljaar ontwikkelt, dan doe je dat nu nog buiten de tool.

Productvoetafdrukken zijn een dienst, geen functie van het platform. Het platform berekent de voetafdruk van je organisatie. MKI-waarden, EPD's en de CO2-voetafdruk van een specifiek materiaal of ontwerp zijn LCA-werk. Daarvoor kun je terecht bij LCA consulting of carbon footprint consulting. In de infrastructuur is dat onderscheid belangrijk, omdat een aanbesteding in hetzelfde document zowel een trede voor je organisatie als een materiaalberekening voor het project kan vragen.

Wat moet je als eerste doen?

Reken eerst uit wat het oplevert, en kies pas daarna een methode. Neem het bedrag waarvoor je het komende jaar verwacht in te schrijven op infrastructuurprojecten, vermenigvuldig dat met het verschil tussen je huidige trede en de trede daarboven, en leg de uitkomst voor aan je commercieel directeur. Die uitkomst laat zien of het traject meteen loont, of dat je beter op je huidige trede kunt blijven en je tijd aan iets anders kunt besteden.

Loont het, neem dan de begroting van één afgerond project en het brandstofverbruik van je materieel over één jaar, en kijk hoe ver je daarmee komt. Dat kost ongeveer een week, en daarna weet je of je systemen een certificeerbare inventarisatie aankunnen, of dat je eerst je kostencodering moet verbeteren, omdat daar het knelpunt zit en niet in de CO2-berekening.

Maak een gratis account aan om dat met echte projectgegevens te testen, of plan een gesprek als je eerst wilt doorrekenen wat een hogere trede oplevert voor de aanbestedingen die je verwacht.

Bronnen: SKAO CO2-Prestatieladder, aanbestedingsbeleid van ProRail, GHG Protocol Corporate Standard, Hedgehog platform, Hedgehog op G2. Gelezen op 27 augustus 2026.

Feiten op deze pagina zijn voor het laatst geverifieerd op 2026-09-17.

Frequently asked questions

No items found.
Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform
Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform
Start gratis
Probeer dit gratis op je eigen data
Gratis startenGratis startenGratis startenGratis starten

Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform

Start nu met jouw CO₂-voetafdruk op de gratis versie van ons Hedgehog Carbon Platform.

Dit artikel is geschreven door:
Joost
Joost
Co-founder
EmailLinkedInBook a meeting

Neem contact op

Of je nu een grote of kleine onderneming bent, een start-up of een bedrijf met een lange historie; een product, proces of dienst aanbiedt, wij schakelen snel en vinden de oplossing voor jouw vraag.