Kennisbank

Hoe de CO2-Prestatieladder meetelt bij de beoordeling van een aanbesteding

Je krijgt gunningsvoordeel voor het ambitieniveau dat je aanbiedt, niet voor je certificaat. Over de twee rekenmethoden, de waarde per niveau en je plichten na gunning.

Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform
Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform
Start gratis

In het kort

  • De opdrachtgever beoordeelt je inschrijving op het CO2-ambitieniveau dat je aanbiedt, en je hoeft op dat moment nog geen certificaat te hebben.
  • Elke aanbestedende dienst stelt zijn eigen staffel en rekenmethode vast, waardoor hetzelfde ambitieniveau bij verschillende opdrachtgevers een ander voordeel oplevert.
  • Het aangeboden niveau wordt een contractvoorwaarde: je voordeel is het verschil met het niveau eronder, en als je het niveau niet haalt, volgt een sanctie die hoger is dan dat voordeel.

In een Nederlandse aanbesteding is de CO2-Prestatieladder een gunningscriterium bij BPKV, de beste prijs-kwaliteitverhouding. De opdrachtgever beoordeelt het CO2-ambitieniveau dat je bij de inschrijving aanbiedt. Je hoeft bij de inschrijving nog geen certificaat te hebben. De opdrachtgever rekent het aangeboden niveau om naar een gunningsvoordeel, met een staffel die hij zelf heeft opgesteld. Na de gunning wordt dat niveau een voorwaarde in het contract, en tijdens de uitvoering moet je aantonen dat je het haalt. Je hebt dus met drie stappen te maken: je biedt een niveau aan, de opdrachtgever rekent dat om naar een voordeel, en na gunning ben je verplicht het niveau waar te maken.

Hoe rekent de opdrachtgever het niveau om naar een voordeel?

SKAO beschrijft twee rekenmethoden. In de aanbestedingsdocumenten staat welke methode de opdrachtgever gebruikt.

Gunnen op waarde. De opdrachtgever trekt een percentage of een vast bedrag af van je inschrijfsom, maar alleen om de inschrijvingen te rangschikken. Dit heet de fictieve korting. Je krijgt dat bedrag niet uitbetaald en de contractprijs blijft gelijk. Je inschrijving wordt alleen gerangschikt alsof je prijs lager was.

Gewogen factor-methode. De opdrachtgever zet het niveau om in punten en weegt die mee met de andere kwaliteitscriteria.

Dat verschil is belangrijk als je een inschrijving doorrekent. Bij gunnen op waarde groeit het voordeel mee met je inschrijfsom. Het percentage blijft gelijk, maar in euro's is een niveau op een groot contract meer waard dan op een klein contract. Bij een puntenmethode hangt het voordeel af van het gewicht van dit criterium ten opzichte van de andere criteria. Een sterke technische inschrijving van een concurrent kan dat voordeel dan tenietdoen. Kijk daarom eerst welke methode geldt, voordat je beslist hoeveel moeite je in een hoger niveau steekt.

Hoeveel voordeel levert een niveau op?

Dat bepaalt alleen de opdrachtgever. SKAO stelt de percentages niet vast.

Bron van de percentagesAmbitieniveau 1Ambitieniveau 2Ambitieniveau 3Status
Rekenvoorbeeld van SKAO in de Handreiking Aanbesteden, bij een aanbesteding van EUR 1 miljoen5 procent10 procent15 procentEen voorbeeld, geen regel. Volgens SKAO stelt de opdrachtgever de staffel en de methode vast, en hoeft de verdeling niet lineair te zijn
Rijkswaterstaat, volgens Handboek 4.0 sinds 1 juli 20262 procent4 procent6 procentGeldt voor aanbestedingen die na die datum op TenderNed zijn gepubliceerd
ProRail, voorgenomen vanaf 1 januari 20274 procent7 procent10 procentVoorlopig. ProRail noemt de weging zelf voorlopig en zegt dat bij sommige aanbestedingen een andere weging kan gelden

De percentages 5, 10 en 15 worden het vaakst aangehaald, omdat ze in een document van SKAO zelf staan. Ze worden daardoor vaak gezien als het vaste tarief van de ladder. Het is echter een rekenvoorbeeld bij een contract van EUR 1 miljoen. Twee van de grootste opdrachtgevers in de markt gebruiken duidelijk lagere of anders opgebouwde percentages.

De tabel laat ook zien welke berekening je strategie bepaalt. Bij Rijkswaterstaat levert de stap van niveau 1 naar niveau 2 je 2 procentpunt extra op, niet 4. Bij ProRail is dat 3 procentpunt, niet 7. Je wint alleen het verschil met het niveau eronder, en dat verschil zet je af tegen de kosten van het werk dat nodig is voor het hogere niveau.

Heb je het certificaat nodig voordat je inschrijft?

Nee. Dat is het belangrijkste om te weten over dit gunningscriterium.

Bij de inschrijving bied je een niveau aan. Tijdens de uitvoering toon je aan dat je dat niveau haalt, met een certificaat voor de CO2-Prestatieladder op het aangeboden niveau of met een projectverklaring voor dat specifieke contract. De opdrachtgever bepaalt wanneer je dat bewijs moet leveren. Rijkswaterstaat volgt de methode van SKAO: je levert het bewijs na afloop van het project, of bij langere projecten een jaar na de gunning. Rijkswaterstaat heeft ook publiek gezegd dat aannemers daarom vóór de eigen overstapdatum geen vervroegde audit hoefden te laten doen.

In de praktijk kan een bedrijf dus inschrijven op een niveau dat het nog niet heeft gecertificeerd. Het heeft daarna een termijn in het contract om het bewijs op te bouwen. Dat biedt kansen, maar het is ook een risico. Of het goed uitpakt, hangt ervan af of je de CO2-boekhouding voor dat niveau binnen die termijn realistisch op orde kunt krijgen.

Wat moet je doen nadat je de opdracht hebt gewonnen?

Het aangeboden niveau wordt een voorwaarde in het contract, en de opdrachtgever controleert of je het haalt.

Haal je het niveau niet, dan volgt een sanctie uit het contract. SKAO adviseert opdrachtgevers om die sanctie hoger te maken dan het voordeel dat de inschrijver kreeg, zodat te veel beloven nooit loont. Rijkswaterstaat publiceert de hoogte van de sanctie: 1,5 keer het fictieve voordeel dat je hebt gekregen. Andere opdrachtgevers publiceren geen vermenigvuldiger, en je kunt er niet van uitgaan dat het percentage van de ene opdrachtgever ook bij een andere geldt.

Daarom is het verstandig om voorzichtig te zijn met het niveau dat je aanbiedt. Eén niveau hoger levert bij één inschrijving een paar procentpunten op in de rangschikking. Haal je het niveau niet, dan betaal je een sanctie die over het voordeel op het hele contract wordt berekend, en daarbovenop de kosten van het werk dat je had beloofd maar niet hebt gedaan.

Welke versie van de ladder geldt in deze aanbesteding?

Controleer dat voordat je nagaat wat je certificaat bij dit criterium waard is. Er zijn nu twee versies in gebruik, en de regels voor gelijkstelling werken maar in één richting.

Opdrachtgevers mogen tot 14 januari 2027 aanbesteden met het gunningscriterium van versie 3.1, daarna niet meer. Als een opdrachtgever volgens 3.1 aanbesteedt en jij een certificaat volgens 4.0 hebt, adviseert SKAO om trede 1 gelijk te stellen aan niveau 3, en trede 2 of 3 aan niveau 5. Als het criterium volgens 4.0 is opgesteld, telt een certificaat volgens 3.1 niet als bewijs, ook niet als het nog geldig is.

Opdrachtgevers publiceren soms hun eigen gelijkstelling, en die wijkt soms af van het advies van SKAO. ProRail stelt trede 1 gelijk aan niveau 1, 2 en 3, en trede 2 en 3 aan niveau 4 en 5. Het verschil zit in het midden, en dat kan je geld kosten: een certificaat op trede 2 geldt volgens SKAO als niveau 5, maar bij ProRail als niveau 4. Wil je weten wat je certificaat in twee verschillende aanbestedingen waard is, dan gelden de aanbestedingsdocumenten en niet het advies van SKAO.

Hoe bepaal je welk niveau je aanbiedt?

Reken de volgende vier getallen door, in deze volgorde.

Het extra voordeel. Dat is het voordeel van het hogere niveau min het voordeel van je huidige niveau. Bij gunnen op waarde reken je dat om met je inschrijfsom, bij een puntenmethode met het gewicht van het criterium.

De kans dat het extra voordeel de doorslag geeft. Het extra voordeel is alleen iets waard bij inschrijvingen die je anders net zou verliezen. Bij een aanbesteding die je ruim wint of ruim verliest, verandert het niets.

De kosten om het niveau te halen. Kijk wat het niveau echt van je vraagt. Voor trede 1 moet je scope 1 en 2 in kaart brengen, doelen voor de korte termijn stellen en verplicht rapporteren over andere broeikasgassen dan CO2. Voor trede 2 moet je daarnaast je scope 3-uitstoot kwantificeren en een klimaattransitieplan voor vijf tot tien jaar opstellen. Bij die stap merken de meeste bedrijven dat niet hun ambitie, maar het gebrek aan gegevens uit de keten hen beperkt.

Het risico op een sanctie. Dat is het voordeel vermenigvuldigd met wat het contract als sanctie noemt, voor elk contract waarin je het niveau hebt aangeboden.

Wat heb je nodig om het aangeboden niveau te onderbouwen?

Je hebt een CO2-inventarisatie van je organisatie nodig die iemand anders kan volgen. De certificerende instelling controleert of je cijfers terug te voeren zijn op de bron. Het is dus niet genoeg dat het totaal er goed uitziet: je moet per cijfer kunnen laten zien waar het vandaan komt.

Het platform van Hedgehog noemt de CO2-Prestatieladder als rapportageoutput. Het bevat ruim 20.000 spend-based en activity-based factoren, die je kunt aanvullen met eigen gegevens van je leveranciers, en op de platformpagina staat dat het meer dan 5.000 gebruikers heeft. Er is één beperking die je moet kennen voordat je je strategie voor aanbestedingen erop baseert. Een reviewer uit het Small Business-segment gaf het platform in augustus 2026 op G2 een 5 van de 5, maar merkte op dat het platform geen prognoses kan maken. Hedgehog had die reviewer laten weten dat die functie op de ontwikkellijst staat. Wil je vooraf doorrekenen wat een niveau je over een contract van drie jaar kost, dan moet je dat op dit moment buiten het platform doen.

Is het kwantificeren van scope 3 voor trede 2 het probleem, dan gaat het om het verzamelen van gegevens, en dat kost veel tijd. Begin daar ruim op tijd mee, bijvoorbeeld met ondersteuning bij scope 3, en niet pas in de laatste twee weken voor de inschrijving. Kies je voor het eerst software, lees dan onze gids over de juiste carbon accounting software kiezen. Onze introductie op de CO2-Prestatieladder voor het mkb legt uit hoe de ladder zelf werkt.

Bronnen: de Handreiking Aanbesteden 4.0 van SKAO voor de twee rekenmethoden en het rekenvoorbeeld van 5, 10 en 15 procent; de Overgangsregeling 3.1-4.0 v1.1 van 1 juli 2025 voor de overgangsdatums en de gelijkstelling; het nieuwsbericht van Rijkswaterstaat van 18 maart 2026 voor de staffel van 2, 4 en 6 procent, de sanctie van 1,5 keer het voordeel en het moment waarop je bewijs levert; en de leverancierspagina van ProRail voor de voorlopige 4, 7 en 10 procent en de eigen gelijkstelling van ProRail, alle gelezen op 28 augustus 2026. Hedgehog-platform en Hedgehog op G2, gelezen op 27 augustus 2026. Volgens ProRail zijn voor een concrete aanbesteding de aanbestedingsdocumenten op TenderNed doorslaggevend, en niet de website van ProRail. Geverifieerd op 16 september 2026.

Feiten op deze pagina zijn voor het laatst geverifieerd op 2026-09-16.

Frequently asked questions

No items found.
Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform
Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform
Start gratis
Maak dit rapport in het Hedgehog-platform
Gratis startenGratis startenGratis startenGratis starten

Start gratis versie Hedgehog Carbon Platform

Start nu met jouw CO₂-voetafdruk op de gratis versie van ons Hedgehog Carbon Platform.

Dit artikel is geschreven door:
Joost
Joost
Co-founder
EmailLinkedInBook a meeting

Neem contact op

Of je nu een grote of kleine onderneming bent, een start-up of een bedrijf met een lange historie; een product, proces of dienst aanbiedt, wij schakelen snel en vinden de oplossing voor jouw vraag.