Kennisbank

CO2-Prestatieladder versus MKI: de Ladder beoordeelt de organisatie, de MKI het project

De CO2-Prestatieladder beoordeelt je bedrijf en de MKI je ontwerp. Rijkswaterstaat kan in één aanbesteding om allebei vragen. Ze vragen andere gegevens en de ene vervangt de andere niet.

Download een gratis LCA voorbeeld
Download een gratis LCA voorbeeld

In het kort

  • De Ladder beoordeelt de organisatie en de MKI beoordeelt het project, en één aanbesteding van Rijkswaterstaat kan om allebei vragen.
  • Ze tellen ook anders mee: Rijkswaterstaat verwerkt de Ladder als een fictieve korting op de inschrijfsom en de MKI als kwaliteitscriterium waarbij een lagere waarde beter scoort.
  • De ene vervangt de andere niet, en de gegevens komen uit verschillende bronnen: een inventarisatie van de organisatie tegenover een levenscyclusanalyse van een ontwerp.

De CO2-Prestatieladder beoordeelt je bedrijf en de MKI beoordeelt je ontwerp. Daarom kan één aanbesteding om allebei vragen. De Ladder is een certificeringsschema dat meet hoe jouw organisatie haar uitstoot beheerst. De aanbestedende dienst zet je trede om in een gunningsvoordeel en bepaalt zelf de vorm daarvan. Rijkswaterstaat trekt een fictief percentage af van de inschrijfsom, maar SKAO beschrijft ook een methode met punten, en in de aanbestedingsstukken staat welke methode geldt. De MKI, de Milieu Kosten Indicator, is één bedrag in euro's dat volgt uit een levenscyclusanalyse van het werk dat je aanbiedt. De aanbestedende dienst weegt de MKI als kwaliteitscriterium, waarbij een lagere waarde beter scoort. Als je aan het ene instrument voldoet, helpt dat niet bij het andere.

Wat meet elk van de twee?

De Ladder meet een managementsysteem. Een geaccrediteerde certificerende instelling controleert de broeikasgasinventarisatie van je organisatie en de doelen, rollen en plannen die daarbij horen. Je laat je certificeren op een trede: trede 1 gaat over je eigen bedrijfsvoering, trede 2 over de keten en trede 3 over een route naar nul uitstoot uiterlijk in 2050. Het resultaat is een certificaat voor een bedrijf.

De MKI meet een ontwerp. Een levenscyclusanalyse van de materialen, producten en processen in een voorgestelde oplossing wordt met de schaduwprijsmethode omgerekend naar één bedrag in euro's. DuboCalc, dat Rijkswaterstaat heeft ontwikkeld en dat Netcompany onderhoudt, is een van de gevalideerde rekeninstrumenten waarmee je die waarde berekent. Het resultaat is een getal voor een project.

In de praktijk betekent dit dat je dit jaar bij elke inschrijving dezelfde trede hebt. Je MKI-waarde verschilt per inschrijving, omdat die bij het ontwerp hoort.

Veel inschrijfteams denken dat ze het certificaat al moeten hebben als ze inschrijven, maar dat is niet zo. Je geeft aan welke trede je aanbiedt en je toont die later aan. Bij Rijkswaterstaat heb je daar tot een jaar na de gunning de tijd voor. Geef wel geen trede op die je daarna niet haalt, want de aangeboden trede wordt een voorwaarde in het contract. Haal je de trede niet, dan krijg je een sanctie van 1,5 keer het fictieve voordeel dat je bij de gunning hebt gekregen.

Hoe verhouden ze zich, punt voor punt?

AspectCO2-PrestatieladderMKI
Wat wordt beoordeeldDe organisatieHet ontwerp van het project en de uitvoering
Eigenaar van het instrumentSKAO, een privaat schemaEen LCA-methode, waarbij opdrachtgevers voorschrijven hoe je de waarde berekent
Wat jij oplevertEen gecontroleerde jaarlijkse broeikasgasinventarisatie en een certificaat of projectverklaringEen berekende MKI-waarde met de onderliggende LCA
Wie het controleertEen geaccrediteerde certificerende instellingDe opdrachtgever, volgens zijn eigen protocol voor het berekenen en onderbouwen van de waarde
Hoe Rijkswaterstaat het meeweegtAls fictieve korting op de inschrijfsom: 2 procent bij trede 1, 4 procent bij trede 2 en 6 procent bij trede 3 onder Handboek 4.0Als kwaliteitscriterium binnen de BPKV-beoordeling. Inschrijvingen met een lagere MKI-waarde scoren beter
Waar de gegevens vandaan komenJe eigen gegevens over energie, wagenpark, inkoop en ketenGegevens over de materialen en producten in een specifiek ontwerp, op het niveau van een EPD
Hoe vaak het verandertJaarlijks, bij de auditPer inschrijving en per ontwerpversie
Wat het omvatBroeikasgassen, in CO2-equivalentenEen reeks milieu-impactcategorieën, niet alleen CO2
Wat er na de gunning gebeurtDe opgegeven trede wordt een voorwaarde in het contract en wordt tijdens de uitvoering gecontroleerdJe moet de waarde onderbouwen en bewaken zoals het protocol van de opdrachtgever voorschrijft

In de laatste rij lijken de twee instrumenten het meest op elkaar, maar ook daar zijn ze verschillend. Beide blijven na de gunning gelden tijdens de uitvoering. Bij de Ladder is dat een verplichting van je bedrijf, bij de MKI een verplichting die bij het ontwerp hoort.

Komen ze echt in dezelfde aanbesteding voor?

Ja, bij Rijkswaterstaat komt dat voor, en daardoor ontstaat de meeste verwarring.

Rijkswaterstaat gebruikt bij het inkopen van GWW-werk, dus grond-, weg- en waterbouw, drie standaardinstrumenten voor duurzaamheid: duurzaamheidseisen in het contract, de CO2-Prestatieladder en de MKI. De laatste twee tellen mee bij de gunning en vallen onder dezelfde BPKV-beoordeling, de beoordeling op beste prijs-kwaliteitverhouding. Volgens Rijkswaterstaat wordt de MKI bij een groot aantal projecten gebruikt, maar niet bij alle. Rijkswaterstaat heeft ook geen regel gepubliceerd dat een van beide instrumenten in elke aanbesteding voorkomt.

Een inschrijfteam kan dus tegelijk bezig zijn met een inventarisatie van de organisatie voor de trede die het opgeeft en met een LCA voor het ontwerp dat het aanbiedt. Daar werken verschillende mensen aan, met andere gegevens en andere software, en voor beide geldt dezelfde inleverdatum. Bedrijven die dit als één project behandelen, hebben achteraf vaak een MKI-waarde die ze niet kunnen onderbouwen of een trede die ze niet kunnen aantonen.

Vervangt een goede MKI-waarde een trede?

Nee. Het zijn aparte criteria en het ene is geen alternatief voor het andere.

De vergissing gaat meestal van de MKI naar de Ladder. Een aannemer die sterk is in CO2-arm ontwerpen, gaat ervan uit dat zijn goede MKI-waarde laat zien dat hij zijn CO2-uitstoot goed beheerst en dat hij daarmee ook aan het Laddercriterium voldoet. Dat klopt niet. Bij de Ladderaudit gaat het om je eigen scope 1- en 2-uitstoot, je reductiedoelen, de verdeling van taken en verantwoordelijkheden en, vanaf trede 2, je berekende scope 3-uitstoot en je klimaattransitieplan. Een lage MKI-waarde voor een wegdek bewijst daar niets van.

De omgekeerde vergissing komt minder vaak voor, maar is net zo onjuist. Een certificaat op trede 3 zegt niets over de milieuprestatie van het asfalt dat je aanbiedt.

Wat veranderde er in 2026, en wat verandert er in 2027?

Voor beide instrumenten zijn de regels onlangs veranderd, en Rijkswaterstaat voerde beide wijzigingen op dezelfde dag in.

Op 1 juli 2026 nam Rijkswaterstaat Handboek 4.0 van de Ladder op in zijn aanbestedingsleidraad. Dat geldt voor aanbestedingen die na die datum op TenderNed zijn gepubliceerd, en de treden tellen daarin mee voor 2, 4 en 6 procent. Voor aanbestedingen die vóór die datum zijn gepubliceerd, blijft Handboek 3.1 gelden. Daarin werd een certificaat volgens 4.0 wel geaccepteerd, maar nog beoordeeld op de vijf niveaus van het oude handboek. Op dezelfde datum ging MKI-protocol 5.0 in, en Rijkswaterstaat neemt dat protocol op in nieuwe aanbestedingsstukken. Het nieuwe protocol bevat vier belangrijke wijzigingen. Einde-levensduurscenario's die in het contract zijn voorgeschreven, zijn voortaan leidend, zodat materialen die vrijkomen niet meer apart meetellen als positieve bijdrage. De transportwaarden voor binnenvaart en zeevaart zijn bijgewerkt. De bewijsregels zijn eenvoudiger geworden voor projecten waarin materieel weinig bijdraagt, en uitgebreid voor emissieloos materieel. Daarnaast schrijft Rijkswaterstaat expliciet dat LCA's van categorie 1 en 2 uit de Nationale Milieudatabase niet automatisch voldoen aan zijn contracteisen.

Vanaf 2027 vervangt de Europese A2-weegset de A1-weegset voor projecten die op TenderNed worden gepubliceerd. De berekening gaat daarmee van 11 naar 19 milieu-impactcategorieën, onder meer met waterschaarste, fijnstof, ioniserende straling en landgebruik erbij. Rijkswaterstaat verwacht dat MKI-waarden gemiddeld ongeveer twee keer zo hoog worden en schrijft dat je uitkomsten volgens A1 en A2 niet één op één kunt vergelijken. Lopende projecten blijven werken met de dataversies die in hun contract zijn vastgelegd, en DuboCalc 8.1, dat is aangepast voor A2, is al beschikbaar. Rijkswaterstaat schrijft alleen dat de wijziging geldt voor projecten die vanaf 2027 worden gepubliceerd, en noemt geen precieze datum.

Houd bij de overgang naar A2 goed in gedachten wat er verandert. Ontwerpen worden er niet slechter door, maar de getallen worden hoger. Daardoor kun je je eerdere MKI-waarden niet meer gebruiken om in te schatten welke waarde concurrerend is.

Welke geldt voor jou?

Zoek dat per aanbesteding uit en niet in het algemeen.

Schrijf je in op GWW-werk van Rijkswaterstaat, ga er dan van uit dat beide instrumenten kunnen voorkomen en controleer bij elke aanbesteding de stukken. Schrijf je in op een aanbesteding waarbij de Ladder een gunningscriterium is en er geen MKI wordt gevraagd, dan heb je met één instrument te maken. Lever je producten voor het ontwerp van een ander en bied je zelf geen ontwerp aan, dan krijg je met de MKI te maken via een verzoek om productgegevens en niet als criterium waarop jij wordt beoordeeld. Met de Ladder krijg je dan misschien helemaal niet te maken.

Eén ding geldt altijd: de Ladder levert nooit een MKI-waarde op en vraagt er ook nooit om. Zegt een leverancier of adviseur dat zijn werk voor je CO2-boekhouding allebei oplevert, dan maakt hij de fout die op dit gebied het vaakst voorkomt: CO2-boekhouding voor de organisatie en een MKI-berekening voor een ontwerp worden dan als hetzelfde werk behandeld.

Welk werk hoort bij welk instrument?

Het werk voor de Ladder is CO2-boekhouding voor de organisatie. Je hebt een jaarlijkse inventarisatie nodig die een certificerende instelling kan controleren, met scope 1 en 2 voor trede 1, en daarnaast een berekende scope 3 en een klimaattransitieplan voor trede 2. Op de pagina van het Hedgehog-platform staat de CO2-Prestatieladder als een van de rapportagevormen. Het bevat ruim 20.000 spend-based en activity-based emissiefactoren, die je kunt aanvullen met leverancierspecifieke gegevens, en volgens de platformpagina heeft het meer dan 5.000 gebruikers. Houd rekening met één beperking als je met beide instrumenten tegelijk werkt. Het platform heeft nu nog weinig koppelingen met andere software, en een reviewer uit het segment Mid-Market vroeg in juni 2026 op G2 om meer koppelingen. Gegevens over materialen en ontwerpen in een LCA-tool komen dus niet vanzelf in het platform terecht.

Het werk voor de MKI is een levenscyclusanalyse in een gevalideerd rekeninstrument volgens het protocol van de opdrachtgever, op basis van gegevens op productniveau. Dat is een ander vakgebied met een ander resultaat. Weet je nog niet voor welk van de twee je extra capaciteit nodig hebt, dan begin je met een gesprek over de omvang van het werk en niet met een aankoop. Voor de organisatie is er advies over de CO2-voetafdruk, en als trede 2 het knelpunt is, scope 3-advies. Wil je eerst meer weten over het schema zelf, lees dan onze introductie op de CO2-Prestatieladder voor het mkb.

Bronnen: de pagina's van Rijkswaterstaat over duurzaam inkopen en DuboCalc, de nieuwsberichten van Rijkswaterstaat van 18 maart 2026 en 21 mei 2026, de schemapagina's van SKAO en de Overgangsregeling 3.1-4.0 v1.1 van 1 juli 2025, gelezen op 28 augustus 2026. Het Hedgehog-platform en Hedgehog op G2, beide gelezen op 27 augustus 2026. Pagina geverifieerd op 17 september 2026.

Feiten op deze pagina zijn voor het laatst geverifieerd op 2026-09-17.

Frequently asked questions

No items found.

No items found.
Dit artikel is geschreven door:
Joost
Joost
Co-founder
EmailLinkedInBook a meeting

Neem contact op

Of je nu een grote of kleine onderneming bent, een start-up of een bedrijf met een lange historie; een product, proces of dienst aanbiedt, wij schakelen snel en vinden de oplossing voor jouw vraag.