In het kort
- Er geldt geen grens voor de omvang van je bedrijf. Het gaat erom of je inschrijft op een GWW-aanbesteding van Rijkswaterstaat en welke instrumenten Rijkswaterstaat in die aanbesteding gebruikt.
- De CO2-Prestatieladder en de MKI zijn twee aparte criteria. Ze kunnen in dezelfde aanbesteding voorkomen, en voor elk moet je iets anders aanleveren.
- De datum waarop de aanbesteding op TenderNed is gepubliceerd, bepaalt volgens welk handboek en welk MKI-protocol je wordt beoordeeld.
Schrijf je in op een GWW-contract (grond-, weg- en waterbouw) van Rijkswaterstaat, dan kun je te maken krijgen met de CO2-Prestatieladder, met de MKI of met allebei, hoe groot of klein je bedrijf ook is. Rijkswaterstaat noemt voor de GWW drie standaardinstrumenten voor duurzaamheid: duurzaamheidseisen in het contract, de CO2-Prestatieladder en de Milieu Kosten Indicator (MKI). De ladder en de MKI tellen mee bij de gunning, en ze meten verschillende dingen. Of een van beide geldt voor een bepaalde inschrijving, lees je in de stukken van die aanbesteding en niet in een algemene regel. Wil je het snel weten, open dan de aanbestedingsleidraad en zoek op 'CO2-Prestatieladder' en op 'MKI'.
Wat is de test precies?
De test bestaat uit drie vragen, in deze volgorde.
Schrijf je, zelfstandig of in een combinatie, in op een aanbesteding van Rijkswaterstaat in de GWW? Zo niet, dan gelden de criteria in dit artikel niet voor jou. Je kunt er wel mee te maken krijgen via een hoofdaannemer.
Is de CO2-Prestatieladder in die aanbesteding een gunningscriterium? Rijkswaterstaat noemt de ladder een van de drie standaardinstrumenten voor duurzaamheid in de GWW, maar heeft nergens vastgelegd dat de ladder in elke aanbesteding voorkomt. Lees daarom de stukken en ga er niet vanzelf van uit dat de ladder meetelt.
Vraagt die aanbesteding om een MKI-waarde? Volgens de eigen website van Rijkswaterstaat wordt de MKI bij een groot aantal projecten gebruikt, maar niet bij alle. Rijkswaterstaat heeft geen contractwaarde of andere grens gepubliceerd vanaf wanneer de MKI geldt, dus ga daar ook niet van uit.
Een aantal zaken speelt bij de test geen rol: je omzet, je aantal medewerkers, of je al een certificaat hebt en of je al eens een MKI-waarde hebt berekend.
Waar vragen de twee criteria om?
| Aspect | CO2-Prestatieladder | MKI |
|---|---|---|
| Wat wordt beoordeeld | Hoe je organisatie haar CO2-uitstoot beheert en vermindert | De milieuprestatie van het ontwerp en de uitvoering van dit project |
| Wat je opgeeft | De trede (1, 2 of 3) waarop je het contract uitvoert | Een MKI-waarde voor je aanbieding |
| Hoe het wordt beoordeeld | Met een fictieve korting op je inschrijfsom: 2 procent bij trede 1, 4 procent bij trede 2 en 6 procent bij trede 3, samen met de andere BPKV-criteria | Als kwaliteitscriterium in de BPKV-beoordeling. Een lagere waarde scoort beter |
| Waarmee je het onderbouwt | Een broeikasgasinventarisatie van je organisatie, gecontroleerd door een auditor | Een levenscyclusanalyse (LCA) in een gevalideerde rekentool zoals DuboCalc, volgens het protocol van Rijkswaterstaat |
| Wanneer je het aantoont | Na afloop van het project, of bij langere projecten één jaar na de gunning | Bij de inschrijving, onderbouwd zoals het protocol voorschrijft |
| Kan het ene criterium het andere vervangen? | Nee | Nee |
Het ene criterium kan het andere niet vervangen, en wie dat over het hoofd ziet, verliest geld. Het zijn twee aparte criteria die in dezelfde aanbesteding kunnen voorkomen, en een goede MKI-waarde compenseert geen lagere trede.
Heb je een certificaat nodig om in te schrijven?
Nee. Je vermeldt op welke trede je het contract gaat uitvoeren, en dat toon je later aan.
Rijkswaterstaat volgt hierin de methode van SKAO: je levert het bewijs, een certificaat of een projectverklaring, na afloop van het project, of bij langere projecten één jaar na de gunning. Toen Rijkswaterstaat de overstap naar Handboek 4.0 aankondigde, schreef ze uitdrukkelijk dat een vroege audit daarom niet nodig was. De sluitingsdatums van aanbestedingen na juli zouden naar verwachting in 2027 of later vallen, en als een eerste audit tegenviel, zou er tijd zijn om een herstelplan uit te voeren.
Je kunt dus inschrijven op een trede die je nog niet hebt, maar dan moet je het bewijs vóór een contractuele deadline rond hebben. Dat kan je voordeel opleveren, maar het brengt ook een risico mee. Welk van de twee het wordt, hangt ervan af of je het rekenwerk voor je inventarisatie binnen die termijn realistisch kunt afronden.
Volgens welke versie en welk protocol word je beoordeeld?
Dat hangt af van de datum waarop de aanbesteding op TenderNed is gepubliceerd, en niet van de datum waarop je inschrijft.
Rijkswaterstaat is op 1 juli 2026 overgestapt op Handboek 4.0 van de CO2-Prestatieladder, en past dat alleen toe op aanbestedingen die na die datum op TenderNed zijn gepubliceerd. Voor aanbestedingen die eerder zijn gepubliceerd, blijft Handboek 3.1 gelden. Bied je daarin onder de overgangsregeling van de ladder een 4.0-certificaat aan, dan wordt dat nog steeds beoordeeld op de niveaus van 3.1. Op dezelfde datum is versie 5.0 van het MKI-protocol ingegaan. Rijkswaterstaat stuurt dat protocol mee met de aanbestedingsstukken van nieuwe projecten.
Er kunnen dus op hetzelfde moment twee aanbestedingen lopen waarvoor verschillende regels gelden. Welke regels gelden, zie je aan de publicatiedatum en niet aan je eigen certificaat.
Wat als je onderaannemer bent en niet zelf inschrijft?
Dan gelden de criteria formeel niet voor jou, maar krijg je toch vragen.
Na de gunning wordt de opgegeven trede een contractuele verplichting van de hoofdaannemer. Haalt die de trede niet, dan moet hij 1,5 keer het fictieve voordeel betalen dat hij bij de gunning heeft gekregen. Een hoofdaannemer met dat risico vraagt zijn onderaannemers en leveranciers om bewijs. Bij de MKI is dat effect nog sterker, want een MKI-waarde wordt berekend op basis van de materialen en het materieel die echt worden ingezet. De gegevens moeten dus komen van de bedrijven die die materialen en dat materieel leveren.
Voor een leverancier betekent dat in de praktijk dat een aannemer die al een waarde heeft toegezegd je om milieugegevens per product vraagt. Je onderhandelingspositie is dan slechter dan wanneer die vraag vóór de inschrijving was gekomen.
Wat doe je als de criteria voor jou gelden?
Splits het werk op, want het gaat om twee aparte projecten.
Voor de ladder. Je hebt een broeikasgasinventarisatie van je organisatie nodig die door een auditor is gecontroleerd. Op trede 1 breng je scope 1 en 2 in kaart, inclusief andere broeikasgassen dan CO2. Op trede 2 moet je daarnaast scope 3 kwantificeren en een klimaattransitieplan hebben. Kies je trede op basis van wat de volgende stap je extra oplevert, en niet op basis van het percentage van de trede zelf. Bij Rijkswaterstaat scheelt elke trede namelijk 2 procentpunten.
Voor de MKI. Je hebt een LCA nodig, gemaakt in een gevalideerde rekentool volgens het Protocol Berekenen en aantonen MKI waarde, dat nu op versie 5.0 staat. Dat is werk aan het ontwerp en de materialen, en carbon accounting software maakt die berekening niet. Het meest voorkomende en duurste misverstand op dit gebied is dat mensen de twee door elkaar halen.
Wat doe je als de criteria niet voor jou gelden?
Concludeer niet te snel dat de ladder en de MKI niets voor je betekenen. Andere opdrachtgevers gebruiken dezelfde instrumenten, maar met andere percentages.
De staffel van 2, 4 en 6 procent geldt alleen bij Rijkswaterstaat. Andere Nederlandse aanbestedende diensten stellen een eigen staffel vast, en het rekenvoorbeeld dat SKAO publiceert, wijkt daar weer van af. Een percentage dat je ergens anders leest, zegt dus niets over een aanbesteding van Rijkswaterstaat. Kijk je voor het eerst naar de CO2-Prestatieladder, lees dan onze introductie tot de CO2-Prestatieladder voor mkb'ers.
Waar hoort welk deel van het werk thuis?
Voor het deel over je organisatie kun je software gebruiken. Voor het deel over het project heb je andere hulpmiddelen nodig.
Op de pagina van het Hedgehog-platform staat de CO2-Prestatieladder bij de rapportages. Met het entiteitenbeheer richt je locaties en vestigingen in, met rollen voor data-eigenaren, auditors en managers, en volgens de platformpagina heeft Hedgehog meer dan 5.000 gebruikers. Houd rekening met één beperking als je je planning van inschrijvingen op het platform baseert: een reviewer van een klein bedrijf gaf Hedgehog in augustus 2026 op G2 een 5 van de 5, maar schreef ook dat er geen prognosefunctie is. Hedgehog had laten weten dat die functie op de ontwikkellijst staat. Wil je doorrekenen wat een trede je over een contract van meerdere jaren kost, dan doe je dat nu nog buiten de tool.
Een MKI-berekening of een EPD is een heel ander product. Loop je voor trede 2 vast op het kwantificeren van scope 3, dan is dat werk voor scope 3 consulting, en niet iets wat je in de week van de inschrijving nog oplost.
Bronnen: nieuwsberichten van Rijkswaterstaat van 18 maart 2026 en 21 mei 2026, de pagina's van Rijkswaterstaat over duurzaam inkopen en DuboCalc, Protocol Berekenen en aantonen MKI waarde, SKAO Overgangsregeling 3.1-4.0 v1.1, Hedgehog platform, Hedgehog op G2. Gelezen op 28 augustus 2026.
Feiten op deze pagina zijn voor het laatst geverifieerd op 2026-09-17.






